dsfsfsdfsdf

Waarom levert spaargeld tegenwoordig zo weinig op?

Ontdek hoe duurzame woningbouwprojecten de Nederlandse vastgoedmarkt transformeren en wat dit betekent voor beleggers die op zoek zijn naar stabiel rendement met maatschappelijke impact.

Maurits Koh
Glazen pot met enkele euromunten op een eiken bureau in een thuiskantoor, zacht natuurlijk licht.

In dit artikel

Deel deze blog

Spaargeld levert tegenwoordig weinig op omdat de spaarrente structureel laag blijft terwijl de inflatie de koopkracht van je saldo uitholt. Zelfs als je bank een rente van één à twee procent biedt, verlies je per saldo nog steeds koopkracht wanneer de prijzen sneller stijgen dan die rente. In dit artikel beantwoorden we de meest gestelde vragen over spaarrente, inflatie en de vraag wanneer sparen of beleggen de slimmere keuze is.

Hoe wordt de spaarrente eigenlijk bepaald?

De spaarrente wordt in de eerste plaats bepaald door het rentebeleid van de Europese Centrale Bank (ECB). Wanneer de ECB haar beleidsrente verlaagt, dalen de tarieven die commerciële banken aan spaarders bieden doorgaans mee. Banken zijn namelijk niet verplicht om de volledige ECB-rente door te geven aan hun klanten.

Naast het ECB-beleid spelen ook de onderlinge concurrentie tussen banken en de hoeveelheid spaargeld die een bank al heeft aangetrokken een rol. Als een bank al ruim voldoende liquiditeit heeft, heeft zij weinig prikkel om een aantrekkelijke spaarrente aan te bieden om nieuw geld aan te trekken. In de praktijk betekent dit dat grote, gevestigde banken vaak lagere rentes bieden dan kleinere of nieuwere spelers op de markt. Het resultaat voor de gewone spaarder is dat de rente op een doorsnee spaarrekening zelden gelijke tred houdt met de werkelijke inflatie.

Wat is het effect van inflatie op spaargeld?

Inflatie tast de koopkracht van spaargeld aan. Zelfs als het saldo op je rekening nominaal gelijk blijft of licht groeit door rente, kun je er minder voor kopen wanneer de prijzen van goederen en diensten sneller stijgen dan die rente. Dit effect wordt ook wel koopkrachtverlies genoemd.

Stel dat de inflatie op jaarbasis drie procent bedraagt en je spaarrente één procent is. Dan groeit je saldo weliswaar met één procent, maar de prijzen om je heen stijgen met drie procent. Per saldo verlies je dus twee procent aan koopkracht, elk jaar opnieuw. Over een periode van vijf of tien jaar telt dat flink op. Spaargeld dat stilstaat, is daarmee geen neutrale keuze: het is een keuze die geld kost.

Hoeveel koopkracht verliest spaargeld per jaar?

Het exacte koopkrachtverlies per jaar hangt af van het verschil tussen de actuele inflatie en de spaarrente die je ontvangt. Dit verschil wordt ook wel de reële rente genoemd. Is de reële rente negatief, dan verlies je koopkracht. In periodes van hoge inflatie kan dat verlies oplopen tot meerdere procenten per jaar.

Als richtlijn geldt: wanneer de inflatie twee procent of hoger is en je spaarrente lager ligt, verlies je elk jaar koopkracht. Bij een inflatie van drie procent en een spaarrente van één procent gaat er jaarlijks twee procent van de reële waarde van je spaargeld verloren. Op een spaarsaldo van tienduizend euro betekent dat een koopkrachtverlies van tweehonderd euro per jaar, zonder dat je rekening er nominaal op achteruitgaat. Dat maakt het effect psychologisch moeilijk te zien, maar financieel wel degelijk reëel.

Wanneer gaat de spaarrente weer omhoog?

De spaarrente gaat omhoog wanneer de ECB haar beleidsrente verhoogt, doorgaans als reactie op aanhoudend hoge inflatie. Omgekeerd daalt de spaarrente wanneer de ECB de rente verlaagt om de economie te stimuleren. De timing hiervan is onzeker en afhankelijk van macro-economische ontwikkelingen die moeilijk te voorspellen zijn.

In 2026 bevindt Europa zich in een fase waarin de ECB de rente geleidelijk heeft aangepast na de inflatiegolf van eerdere jaren. Of en wanneer de spaarrente structureel aantrekkelijk wordt voor gewone spaarders, is onzeker. Historisch gezien zijn periodes van lage spaarrente bovendien geen uitzondering: in het decennium voor 2022 stond de ECB-rente jarenlang op nul of was deze zelfs negatief. Wie wacht op een structureel hogere spaarrente, riskeert jaren van koopkrachtverlies.

Wat zijn alternatieven voor spaargeld met een beter rendement?

Alternatieven voor spaargeld met een potentieel beter rendement zijn onder andere aandelen, obligaties, vastgoedfondsen en private equity. Elk alternatief brengt een eigen risicoprofiel en tijdshorizon mee. De juiste keuze hangt af van je persoonlijke situatie, doelstellingen en risicobereidheid.

Voor wie niet dagelijks de beurs wil volgen of complexe producten wil begrijpen, zijn niet-beursgenoteerde vastgoedfondsen een toegankelijk alternatief. Deze fondsen investeren in tastbaar bezit zoals huurwoningen, supermarkten, kantoren en gezondheidscentra. Je belegt indirect in fysiek vastgoed, zonder zelf een pand te hoeven kopen of beheren. De rendementen zijn niet gegarandeerd, maar de onderliggende waarde is concreet en begrijpelijk. Bij particuliere beleggingsdoelen kan een dergelijk fonds een logische eerste stap zijn buiten de traditionele spaarrekening.

Andere alternatieven zijn:

  • Aandelen en ETF’s: hogere potentiële rendementen op lange termijn, maar ook meer koersschommelingen en dagelijkse betrokkenheid vereist
  • Obligaties: doorgaans stabieler dan aandelen, maar met beperkt rendement in een lagerenteomgeving
  • Private equity: investeren in niet-beursgenoteerde groeibedrijven, met een langere looptijd en hoger risico, maar ook hoger potentieel rendement
  • Vastgoedfondsen: indirect investeren in commercieel of residentieel vastgoed, met periodieke uitkeringen en professioneel beheer

Wanneer is beleggen een betere keuze dan sparen?

Beleggen is een betere keuze dan sparen wanneer je een langere tijdshorizon hebt, een financiële buffer achter de hand houdt en bereid bent enig risico te accepteren in ruil voor een hoger potentieel rendement. Sparen blijft zinvol voor kortetermijndoelen en noodreserves, maar voor vermogensopbouw op de lange termijn schiet een spaarrekening tekort.

Een vuistregel die veel financieel adviseurs hanteren: houd drie tot zes maanden aan vaste lasten achter de hand als liquide buffer op een spaarrekening. Geld dat je de komende vijf jaar of langer niet nodig hebt, kan in aanmerking komen voor beleggen. Hoe langer de tijdshorizon, hoe meer tijd een belegging heeft om tijdelijke dalingen te overbruggen en te profiteren van het rente-op-rente-effect.

Voor wie de stap naar beleggen wil zetten maar niet weet waar te beginnen, is persoonlijk advies waardevol. Wij helpen je bij Excellent Fondsen om inzicht te krijgen in welke fondsen aansluiten bij jouw situatie, zonder verkoopdruk en zonder jargon. Neem gerust contact met ons op voor een vrijblijvend kennismakingsgesprek. Als beleggen op dit moment niet past bij jouw situatie, zeggen we dat ook gewoon.

Beleggen brengt risico’s en kosten met zich mee. U kunt (een deel van) uw inleg verliezen.

Veelgestelde vragen

Hoeveel spaargeld heb ik minimaal nodig om te beginnen met beleggen in een vastgoedfonds?

De minimale inleg verschilt per fonds, maar veel niet-beursgenoteerde vastgoedfondsen hanteren een instapdrempel van enkele duizenden euro's. Het is verstandig om pas te beleggen met geld dat je de komende vijf jaar of langer niet nodig hebt, bovenop een liquide buffer van drie tot zes maanden aan vaste lasten. Zo voorkom je dat je een belegging op een ongunstig moment moet verkopen om onverwachte uitgaven te dekken.

Is mijn spaargeld bij de bank eigenlijk veilig als de inflatie mijn koopkracht uitholt?

Je spaargeld is nominaal veilig tot €100.000 per persoon per bank dankzij het Europese depositogarantiestelsel, maar dat beschermt je niet tegen koopkrachtverlies door inflatie. De garantie dekt alleen het geval dat een bank failliet gaat, niet het stille verlies dat optreedt wanneer inflatie sneller stijgt dan je spaarrente. Het is dus belangrijk onderscheid te maken tussen de veiligheid van je nominale saldo en de reële waarde van dat geld over de tijd.

Wat is een veelgemaakte fout bij de overstap van sparen naar beleggen?

Een veelgemaakte fout is alles in één keer beleggen zonder een liquide noodreserve achter de hand te houden. Wie zijn volledige spaarsaldo belegt en vervolgens onverwacht geld nodig heeft, kan gedwongen worden om op een ongunstig moment te verkopen en verlies te realiseren. Een andere valkuil is beleggen met geld dat je op korte termijn nodig hebt, zoals voor een geplande aankoop of verbouwing, waardoor de tijdshorizon te kort is om tijdelijke koersdalingen op te vangen.

Hoe werkt het rente-op-rente-effect bij beleggen en waarom is het zo krachtig?

Het rente-op-rente-effect, ook wel compounding genoemd, betekent dat het rendement dat je behaalt zelf ook rendement gaat genereren. Stel dat je €10.000 belegt met een gemiddeld jaarrendement van zes procent: na tien jaar is dat gegroeid naar ruim €17.900, niet omdat je extra geld hebt ingelegd, maar omdat eerdere rendementen zijn herinvesteerd. Hoe langer de tijdshorizon, hoe sterker dit effect werkt, wat beleggen op jonge leeftijd of zo vroeg mogelijk bijzonder voordelig maakt ten opzichte van wachten.

Kan ik tegelijkertijd sparen én beleggen, of moet ik kiezen?

Je hoeft absoluut niet te kiezen: een combinatie van sparen en beleggen is voor de meeste mensen de verstandigste aanpak. Sparen is ideaal voor kortetermijndoelen en je noodreserve, terwijl beleggen geschikt is voor geld dat je op de lange termijn wilt laten groeien. Door beide strategieën naast elkaar te gebruiken, behoud je financiële flexibiliteit voor onverwachte situaties én profiteer je van het hogere groeipotentieel van beleggingen.

Hoe kan ik het koopkrachtverlies van mijn spaargeld zelf berekenen?

Je kunt het koopkrachtverlies eenvoudig berekenen door de reële rente te bepalen: trek je spaarrente af van de actuele inflatie. Is de inflatie bijvoorbeeld 2,5% en je spaarrente 0,5%, dan is je reële rente -2% per jaar. Vermenigvuldig dat percentage met je spaarsaldo om het jaarlijkse verlies in euro's te zien: op €20.000 is dat €400 per jaar aan koopkracht die stille verdwijnt. De website van het CBS biedt actuele inflatiecijfers waarmee je deze berekening op elk moment kunt maken.

Zijn vastgoedfondsen ook geschikt als ik al op latere leeftijd ben en minder risico wil nemen?

Vastgoedfondsen kunnen ook op latere leeftijd een geschikte optie zijn, mits de tijdshorizon en het risicoprofiel goed worden afgestemd op jouw persoonlijke situatie. Niet-beursgenoteerde vastgoedfondsen hebben doorgaans minder dagelijkse koersschommelingen dan aandelen, wat ze relatief stabiel maakt, maar ze kennen wel een langere looptijd en beperktere liquiditeit. Het is daarom verstandig om persoonlijk advies in te winnen zodat de keuze aansluit bij jouw leeftijd, doelstellingen en de mate van risico die je comfortabel vindt.

Gerelateerde artikelen

Gerelateerde Artikelen

Nieuws
Nieuws, SynVest Dutch
Excellent Fondsen
Excellent Fondsen — Assistent
Beleggen met een gerust gevoel
Dit is een reclame. Beleggen brengt risico's met zich mee. Raadpleeg het prospectus en EID voordat u een beleggingsbeslissing neemt.